Titus Brandsma

                  

  

 

 

Jeugd

Het is slechts 28 jaar na het herstel van de hiërarchie in Nederland dat Titus Brandsma in 1881 werd geboren in Oegeklooster, een gehucht in Friesland. Hij kreeg de voornamen Anno Sjoerd.

In het Friese katholieke milieu van die dagen werd nog angstvallig de eigenheid bewaard. De angst voor beïnvloeding door de overgrote niet-katholieke bevolking was alom aanwezig. In het boeren gezin waarin Titus ter wereld kwam heerste een geest van vroomheid en gebed, die zelfs voor die tijd opmerkelijk was. Vooral Titus’ moeder was een groot voorstander van het katholieke isolement. Het gezin leefde een naar binnengekeerd, sober en geordend leven. Dit heeft Titus gevormd en hem gestimuleerd om voor een leven als religieus te kiezen. Een keus die in dit gezin bijna een vanzelfsprekendheid was. Van zijn broer en vier zusters huwde slechts één zuster, de anderen kozen er voor in het klooster te treden. Anno Sjoerd begon in 1898 zijn noviciaat in het Karmelklooster van Boxmeer.

Behalve de zorg om de eigenheid te bewaren, was er ook een grote vooruitgangsdrift onder de katholieken. Titus Brandsma heeft ooit geschreven: “Ik heb het voorrecht te stammen uit een gezin waarin warm werd meegeleefd met hetgeen de Friese katholieken vooruitbracht”.
Katholieke Nederlanders hadden rond de eeuwwisseling nog een achterstand in te halen. Er waren nog maar weinig katholieken in overheidsfuncties en zij verkeerden over het algemeen in een sociaaleconomische achterstandspositie. De katholieke emancipatie beweging kreeg daarom naast een religieuze ook een sociaal-politieke dimensie. Dit heeft op het leven van Titus Brandsma een grote invloed gehad.
D
e spanning van het emancipatie katholicisme klonk al mee in zijn vroegste artikelen. In 1904 schreef Frater Titus:

“Wie invloed wil uitoefenen, moet maken dat hij recht op die invloed heeft; wie er naar streeft verhoudingen te regelen, de maatschappij te helpen vormen, in te werken op de algemene gang van zaken moet materiaal kunnen aanbrengen, even goed of nog beter dan dat zijner mededingers. Daardoor krijgt hij het recht om mee te werken.”

In zijn studietijd in Rome volgde de jonge Titus ook colleges van de socioloog Pottier aan het Leonijns instituut. Nog vóór zijn vertrek naar Rome was van zijn hand al een seriebijdrage verschenen in het ‘Katholiek Sociaal Weekblad’ over De Katholieke Kerk en het maatschappelijk vraagstuk. Hierin uitte hij zijn begrip voor het socialisme als een ‘hartstochtelijke uiting van ontevredenheid, door al het onrecht opgewekt’. 

Omhoog


Periode Oss

Terug in Nederland volgde spoedig zijn benoeming tot docent aan de filosofieopleiding in Oss en - als het lesschema het toestond - in de sociologie. Hij zou 14 jaar in Oss wonen. In deze periode werd steeds meer duidelijk dat Titus een duizendpoot was die op allerlei terreinen initiatieven nam en zich inliet met allerhande bestuurlijke activiteiten. In 1919 werd hij hoofdredacteur van het dagblad De Stad Oss en hij kreeg de leiding van de Handelsdagschool. Dit was het begin van zijn grote inzet voor het katholiek onderwijs in Nederland. In deze tijd nam hij ook het initiatief tot een openbare leeszaal, voerde actie voor de Missie en nam hij de organisatie op zich voor de totstandkoming van een Christus Koning monument. Bij al die activiteiten liet Titus een grote zorg zien voor mensen die op zijn pad kwamen en op tal van gebieden een beroep op hem deden.

In de Osse periode begon eveneens zijn intensieve bemoeienis met de promotie en emancipatie van de Friese cultuur en taal. Titus zag scherp in dat de emancipatie van het Fries vooral in het onderwijs moest gebeuren. Eind 1918 nam hij plaats in het bestuur van ‘de Vereniging voor Hoger Onderwijs in het Fries’.

Omhoog


Hoogleraar filosofie en mystiek

In 1923 werd Dr. Titus Brandsma benoemd aan de dat jaar opgerichte Katholieke Universiteit Nijmegen tot gewoon hoogleraar in de wijsgerige vakken. De oprichting van deze universiteit werd gezien als het hoogtepunt in de katholieke emancipatie. Titus Brandsma heeft heel veel van zijn krachten gegeven bij de oprichting en uitbouw van dit instituut.
Onder de opdracht van Titus Brandsma als hoogleraar viel ook de geschiedenis der mystiek. Vooral hierin heeft hij baanbrekend werk verricht. Spoedig na de oprichting van de universiteit richtte hij het Instituut voor de Geschiedenis der Nederlandse Mystiek op en hij is enige jaren later één van de initiatiefnemers voor Ons Geestelijk Erf, een tijdschrift voor de studie van de Nederlandse vroomheid. Daarnaast verschenen ook publicaties van tekstuitgaven van mystici uit de Nederlanden die tot doel hadden “de schone maar in hun oude taal slechts door weinigen te genieten voortbrengselen onzer middeleeuwse geestelijke letterkunde brengen onder de ogen en in het hart van het hele Nederlandse volk”. Dit is opmerkelijk, in een tijd waarin mystieke literatuur enigszins verdacht was.

In 1927 begon Titus Brandsma een heel belangrijk werk door manuscripten van Middelnederlandse geestelijke literatuur, die door heel Europa verspreid lagen, systematisch te verzamelen, te beschrijven en te kopiëren. In 1938 had hij in ruim 170 albums een grote collectie bijeengebracht van 16.000 foto’s van teksten uit ongeveer 60 handschriften. In het kader van het onderzoek op het gebied van de mystiek organiseerde hij vier studiecongressen. Er verschenen vele publicaties van zijn pen, vaak voor een breed publiek over zijn onderzoek en bevindingen op dit gebied.

Zie verder: De Mystagoog Titus Brandsma (pdf)                     
                    
Titus Brandsma: De mystiek van de Karmel (pdf)

Studenten hebben verklaard dat de colleges mystiek van Titus Brandsma van een heel ander gehalte waren dan zijn filosofielessen. In de colleges mystiek begon er iets in hem te leven dat zijn studenten opviel en hen intrigeerde. Godfried Bomans schreef:

“Ik zie Brandsma weer voor me, de ogen over ons heen op de verre horizon van het bijna onuitsprekelijke gericht en de zachte wat monotone stem tastend naar het ‘clara atque distincta’ van Descartes, dat hem zo lief was. Zijn fijn gesneden, vergeestelijkt kopje staat weer voor me in de omlijsting van het venster dat op een verwilderde tuin vol kastanjebomen uitzag”.

Omhoog


Tegen het nationaalsocialisme

Hoewel hij in de jaren ’30 werd geplaagd door zijn zwakke gezondheid, had Titus Brandsma de gevaren van het opkomend nationaalsocialisme scherp in de gaten. In 1934 hield hij een rede voor studenten over de Heldhaftigheid en ‘de roep om een sterke man’. Hij pleitte hierin voor de onderscheiding der geesten en er zich voor te hoeden om zich te laten meeslepen door imponerende figuren, maar de idealen te wegen waarvoor zij strijden. Hij waarschuwde dat een mens gemakkelijk door het uiterlijke wordt verleid. Fel sprak zich in deze rede uit tegen de Ras-, Bloed- en Bodemmystiek van het nationaalsocialisme. Titus zegt over de opvattingen: “Zo is het ene ras edeler en zuiverder dan het andere. Naarmate het meer licht in zich draagt en tot schittering kan brengen, heeft het ook tot taak, dat licht uit te stralen en te doen schijnen over de wereld. Het kan dit slechts als het van alle smetten vrij is.” Hiertegenover zet hij het ‘onbekend heldendom’ van de biddende en helpende mens die het aanschijn van Christus in de andere mens eert en hoeder van zijn broeder is: “Niet vragen. Niet omzien. Geen oordeel. Hulp.” In 1935 schreef hij in De Waan der Zwakheid over de vervolging van Joden in Duitsland. Hierin sprak hij zich uit tegen het “gewelddadig uit de weg ruimen van hetgeen aan de vrije ontwikkeling van de eigen volkskracht in de weg staat”. Titus ziet het als lafheid, “de daad van het kleine, die hetgeen boven hem uitsteekt, naar beneden haalt om zo in schijn niet meer klein te wezen”. In nationaalsocialistische periodieken in binnen- en buitenland trok dit de aandacht en Titus werd daarin beschuldigd van sympathieën met het communisme. In 1939 gaf hij een lange reeks colleges over de nationaalsocialistische wereldbeschouwing in de geschiedenis van de wijsbegeerte. Hierin sprak hij zich onomwonden verder uit over zijn afkeuring van nationaalsocialistische stellingen. Toch ondertekende Titus Brandsma, net als het overgrote deel van de Nederlandse hoogleraren, in 1940 de Ariërverklaring. Zijn beweegredenen daarvoor zijn helaas niet meer te achterhalen.

Als in 1940 het Duitse leger Nederland binnenvalt, heeft Titus Brandsma al geruime tijd in het openbaar een antinationaalsocialistische positie ingenomen. Hij heeft daarmee de aandacht getrokken. De bezettende macht zal echter al spoedig laten zien dat zij ook de r.-k. zuil, waar Titus zich zo betrokken bij voelt, niet met rust wenst te laten. Als de onafhankelijkheid van onderwijs en pers wordt bedreigd is het niet alleen zijn antinationaalsocialisme waardoor Titus in het verweer komt. Het is ook de moeizaam bevochten emancipatie van het katholieke volksdeel dat in gevaar komt door de aantasting van de r.-k. identiteit van onderwijs en pers.

Titus Brandsma is in de jaren ‘30 op de gebieden van het katholiek onderwijs en de katholieke pers een naaste medewerker van aartsbisschop de Jong geworden. Na mei 1940 kreeg hij in deze hoedanigheid eerst te maken met ondermijnende maatregelen van de Duitse bezetter die zich richtten tegen het katholiek onderwijs. Er volgden kortingen op salarissen van religieuzen waardoor scholen in hun bestaan werden bedreigd. Daarna kwam de opdracht om joodse kinderen de toegang tot de scholen te ontzeggen. Vanuit zijn functie als voorzitter van de Bond voor Hoger en Middelbaar onderwijs heeft hij het verzet tegen dit onderwijsbeleid geleid.

Het is echter vooral de zaak van de pers die Brandsma tot actie zal drijven. In januari 1941 bevestigden de bisschoppen de vroegere veroordeling van het nationaalsocialisme. Enige maanden later verboden zij alle lidmaatschap van nationaalsocialistische organisaties. De bezettende macht was echter net op het punt gekomen om de greep op de journalistiek te verstevigen. Voor de katholieke pers kwam de zaak op scherp te staan toen er bij de r.-k bladen advertenties van de NSB werden aangeboden en er een lastgeving volgde die het opnemen van NSB advertenties verplicht stelde. Sinds 1935 was Titus geestelijk adviseur van de R.-K. Journalistenvereniging. Vanuit deze functie schreef hij een brief die gericht was aan de directies en redacties van de katholieke pers. In deze brief deelde hij mee dat de katholieke bladen "inzake de NSB-advertenties niet mogen toegeven als zij hun katholieke identiteit willen behouden". Deze brief brengt hij rond en licht hij persoonlijk toe. Dit waren in de ogen van de bezettende macht sabotageactiviteiten. Van deze rondreis langs de verschillende redacties, is het niet helemaal helder of hij daadwerkelijk door aartsbisschop de Jong is gezonden of dat het voornamelijk Titus zelf is geweest die het initiatief heeft genomen. Later heeft Bisschop de Jong verklaard dat Titus wel uit naam en op gezag van het episcopaat heeft gehandeld, maar dat hij Titus Brandsma vrij liet om wel of niet te gaan.

De reis werd verraden en de reactie van de bezetter liet niet lang op zich wachten. Op maandag 19 januari 1942 werd Titus Brandsma door de Gestapo gearresteerd en naar de gevangenis van Scheveningen gebracht. Er volgden enige weken ondervraging op het bureau van de Sicherheitsdienst op het Binnenhof in den Haag. In deze periode schreef hij het geschrift Mijn Cel, dagorde van een gevangene en op last van de Gestapo een verweerschrift over de vraag: Waarom het Nederlandse volk en met name het katholieke volksdeel zich verzet tegen de Nationaal Socialistische Beweging.

Niet lang daarna begint zijn laatste reis, richting het concentratiekamp Dachau.

Omhoog


Zijn geestelijke weg

Het leven van Titus Brandsma laat aldus een veelheid van activiteiten zien en een grote ontplooiing van capaciteiten. Al in zijn jonge jaren valt hij op door zijn onderzoekende geest en grote werkdrift. Hij is intelligent, expansief en gedreven. Titus was echter ook en vooral een heel observant monnik die zo veel hij kon in zijn cel verbleef en veel werk voor zijn orde deed. Al op in verhouding jonge leeftijd wordt hij in 1912 benoemd in het college van definitoren van de Karmelorde. Dit gaf hem veel invloed in zijn orde.

Het leven van Titus Brandsma laat echter ook grote stilten en beperkingen zien. Telkens weer werd zijn expansieve natuur een halt toegeroepen. Tijdens het klein seminarium kon hij al niet zijn als de andere jongens. Hij moest meer rusten en meer voeding krijgen. Het actieve leven van franciscanen met hun staties en parochiewerk bleek dan ook niet voor hem weggelegd. Dit wees hem een andere weg, naar het meer contemplatieve leven van de Karmelietenorde.

In de Karmelorde vond Titus de stilte van de cel. De cel is voor de karmeliet de voornaamste inoefening. “Laten zij ieder afzonderlijk in hun cellen blijven of in de buurt daarvan, dag en nacht in de wijzing van de Heer zich bezinnend en in gebeden wakend, tenzij zij met andere rechtmatige bezigheden bezet zijn”, staat in Karmelregel. In de cel leert de karmeliet dat niet hij zijn leven maakt, maar dat hij te gast is in het leven dat hem wordt gegund . Het is een uitzuivering die een steeds grotere ontvankelijkheid voor God tot doel heeft. De cel helpt om open te gaan voor zichzelf, zodat innerlijke roerselen onderscheiden en gezuiverd kunnen worden. De cel houdt  ook bezet, zodat de monnik zich niet verstrooit maar meer en meer zich richt op de Ene. De 17 jarige Titus laat in een brief aan zijn ouders weten:

“Ik ben heel gelukkig hier op mijn cel of onder de fraters, zoals men dat van mij vordert [...]. Ik geloof wel dat God mij hier geroepen heeft. Maar bidt maar goed voor mij opdat ik mag weten of ik zijn Heilige Wil volg of niet. En indien Hij mij soms niet geroepen heeft, wat ik echter niet geloof en ook niet hoop, daar het een groot geluk is, dat ik dan moge weten wat ik moet doen om Hem te behagen. Doch, zoals ik zeide, ik ben nu gelukkig...”.


Over dit geluk zou Titus alleen nog op het eind van zijn leven woorden aan het papier toevertrouwen, in zijn gevangenisgeschrift Mijn Cel. Als hij tot in de kleinste details zijn gevangeniscel heeft beschreven schrijft op 27 januari 1942 de dan 60 jarige:

“Beata Solitudo. Ik ben er al helemaal thuis, in dat kleine celletje. Ik heb mij er nog niet verveeld, Integendeel. Ik ben er zo alleen, o ja, maar nooit was Onze Lieve Heer mij zo nabij. Ik kan het uitjubelen van vreugde, dat Hij zich weer eens geheel door mij heeft laten vinden, zonder dat ik bij de mensen of de mensen bij mij kunnen. Hij is nu mijn enige toeverlaat en
ik voel me veilig en gelukkig. Ik wil hier altijd blijven, als Hij het zo beschikt. Ik ben nog zelden zo gelukkig en tevreden geweest.”

Zie verder: Mijn Cel - Dagboek van een gevangene (pdf)

In deze cel vond Titus zijn roeping en bestemming als Karmeliet. Een roeping waarover hij drie jaar daarvoor had geschreven:

“In de roeping tot de Orde van de Karmel ligt de roeping tot het mystieke leven opgesloten als een gave van God, een loutere gave Gods, maar als een gave die Hij aan de geroepenen tot de Karmel wil geven, indien zij hun hart slechts voor Hem openstellen en zich ontvankelijk maken voor deze buitengewone goddelijke begenadiging”.

De cel met vier muren is echter niet de enige cel die er in het leven van Titus Brandsma is geweest. Ook op andere wijzen kan een mens worden beperkt of op zichzelf worden teruggeworpen, zodat een grotere ontvankelijkheid kan ontstaan. Veel van die vormen worden door het leven zelf aangedragen. Dit gebeurde toen de intelligente en onderzoekende Titus niet in Rome mocht studeren en hij een eenvoudig administratief baantje kreeg. Een korte tijd stagneerde daarmee zijn wetenschappelijke vorming en er was in eerste instantie geen uitzicht op verandering. Later zei Titus hier zelf over "dat het één van de vele lessen was die hij nodig had". Hij heeft er later verder weinig over meegedeeld maar het moet een pijnlijke ervaring zijn geweest.

Titus’ zwakke gezondheid dwong hem heel zijn leven telkens weer tot een staat van afzondering en passiviteit. Al spoedig bleek de zwaar bezette dagorde in het noviciaat te veel voor hem. Hij mocht niet meer op het nachtkoor verschijnen en de metten en lauden moest hij op zijn kamer bidden. In zijn tweede jaar spuwt hij bloed, een heel ernstig teken in die tijd. Het dwingt hem tot zes maanden rust. Tijdens zijn studie in Rome ligt hij maandenlang op bed, onbeweeglijk met ijs in zijn mond en kunstmatig gevoed. Deze afwisseling van activiteit en gedwongen rust zal zich in Titus’ leven telkens weer herhalen, het wierp hem in de eenzaamheid en gaf hem tijd om na te denken.

omhoog


God en mens

In Titus’ opvatting kunnen God en mens nooit gescheiden van elkaar worden gedacht. De inhoud van zijn diesrede in 1932 verraadt dat zijn grote zorg vooral uitging naar de Godsrelatie van mensen. Hij zocht een Godsbeeld dat tegemoet kon komen aan de behoeften van de mensen van zijn tijd die hij in grote aantallen het godsgeloof de rug zag toekeren. Voor Titus Brandsma “een wereldprobleem, groter dan dat van de stoffelijke nood”. Tegelijk gaf hij ook een methode om God te ontmoeten. Het godsbeeld dat hij in deze rede aan zijn gehoor presenteerde is dat van de nabije, levende God: 

[…] “Wat ik dus verdedig en als noodzakelijk voor deze tijd beschouw, is de beschouwing van al wat is in zijn afhankelijkheid en zijn voortkomst van God, wiens werk wij daarin moeten zien, wiens zijn wij daarin moeten onderscheiden, die wij daarin moeten erkennen en aanbidden, allereerst in onszelf. God is daar en Hij openbaart Zich daar aan ons”.

Deze opvattingen leidden bij Titus Brandsma tot een gevoel van nauwe verbondenheid met de medemens. De diesrede vervolgt:


“Ontegenzeggelijk haalt het de mens uit zijn isolement en doet het hem zichzelf zien in betrekking van afhankelijkheid. Niet slechts verbindt het de mens met God, maar in en door en met God ziet de mens zich verenigd en in betrekking met alle andere mensen. Hier is een gemeenschap gefundeerd op de innigste vereniging van God met al wat bestaat”.


In zijn rede over de Heldhaftigheid had Titus al gezegd: “maar dan zijn alle mensen onze broeders, zelfs zij die ons haten en bestrijden”. Het bewustzijn van de inwoning Gods in ieder mens moet volgens Titus leiden tot een houding van dienstbaarheid en vrede. Voor hem is de religieuze mens een sociale mens. Bidden en helpen kunnen en mogen niet van elkaar gescheiden worden. “In duizenden gestalten gaat de onbegrepenheid, de nood van menselijk leven door de wereld”. Titus’ oog zag in al die gestalten Gods beeld.

Het ging pater Titus in de eerste plaats om God en om mensen. In de jaren ’30 was hij volgens de biograaf Henk Aukes in Nijmegen de enige priester die werd gezien voor de loketten op het gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijk Hulpbetoon.

Zie verder: Titus Brandsma - Over de weg die God en mens met elkaar gaan (pdf)

Omhoog


Het eind van de reis

Na enige weken van verblijf in de gevangenis van Scheveningen, werd Titus Brandsma op 12 maart 1942 naar het doorgangskamp Amersfoort gebracht. De omstandigheden zijn daar op dat moment uiterst slecht. Honger en mishandelingen waren aan de orde van de dag. Het zwakke gestel van Titus leed daaronder.

Via een kort verblijf in Scheveningen is hij vervolgens op transport gesteld naar de strafgevangenis in Kleef, om na enige weken naar het concentratiekamp Dachau te worden vervoerd. Volgens de getuigen bleef Titus daar zijn Godsbesef en zijn mensbeeld innig beleven en uitdragen. Het was 1942, het jaar dat in de concentratiekampannalen in zou gaan als ‘het bloedjaar’. “Zo kan de dood verlossing betekenen: men heeft geen angst meer voor de dood, omdat zij beter is dan het leven”, schreef de karmeliet Rafaël Tijhuis die het kamp overleefde. In die hel liet Titus echter, net als in de andere gevangenissen, bij mensen een onuitwisbare indruk van Godsbetrokkenheid en goedheid achter.

Titus, die al verzwakt is door het verblijf in kamp Amersfoort, wil alle orders van het blokhoofd en de Stubenälteste zo nauwkeurig mogelijk opvolgen maar hij is niet vlug genoeg. "Hij miste de handigheid om zich uit situaties te redden", zeggen de getuigen later. Dit trekt extra de aandacht. Veel van de mishandelingen komen op zijn hoofd neer. De karmeliet Rafaël Tijhuis die kamp Dachau heeft overleefd schrijft: “Titus, met zijn aangeboren vriendelijkheid tracht door praten nog iets bij hen te bereiken...Naderhand zeg ik dan wel eens tegen Titus: ‘Praat toch niet met die kerels, U bereikt er toch niets mee, hoogstens een pak slaag!’. Maar dan antwoordt hij: ‘Daarom moet je het niet laten, want wie weet, misschien blijft er wel iets van hangen. ‘Men moet voor deze mensen bidden’ hoor je hem vaak zeggen, ‘opdat ze tot inzicht komen’.”

Ruim 20 jaar vóór zijn verblijf in Dachau heeft Titus Brandsma een lijdensmeditatie geschreven bij de kruiswegstaties van Albert Servaes. Scherp beschrijft hij daarin hoe het gemoed van de mens in opstand komt tegen de onterende ontluistering van het lijden. Hoe een mens het liefst daarvoor wil vluchten, weg van het kruis naar de zegevierende verlosser van de verrijzenis. Titus ziet echter juist ín die uiterste ontluistering van een mens een weg. Hier komt de liefde immers aan het licht, als alle gerichtheid op zichzelf te niet gaat en de alteriteit van de Ander wordt omhelsd. Titus schrijft bij de derde statie:

 “In uw zwakheid hebt Gij de wereld overwonnen. Laat ik mét U zwak zijn en diep mij bukken onder de zwaarte van het leven. Nietig en gering zijn in het oog van de wereld en met U weer opstaan tot nieuw lijden, totdat mijn dood de bekroning zal zijn van mijn offer”.

Titus zocht het lijden niet op. In zijn gevangenschap in Kleef heeft hij een poging gewaagd om het via een rekest af te wenden door detentie te vragen in een Duits karmelietenklooster. Het hem toevallend lijden ontving hij echter in verbondenheid met het lijden van Christus: ’t alleruitverkorenst lot, dat mij vereent met U, o God”, dichtte hij in de Scheveningse gevangenis.

De getuigen die het hebben overleefd verhalen hoe Titus aan mensen bleef vertellen van Gods verbondenheid met de mens. Zijn medegevangenen zochten hem in het geheim op om hem te horen spreken over het ‘Licht wat ons de vrijheid zal schenken, aan het eind van de donkere tunnel’.

Op 19 juli is Titus opgenomen in het Revier. Een anonieme bron meldt dat er experimenten op hem zijn uitgevoerd: “Hij is vernederd en onteerd”. Na enige dagen is hij bewusteloos geraakt en  ‘abgespritzt’ op 26 juli 1942 om 2 uur in de middag. Zijn Godsbetrokkenheid én menslievendheid hebben op velen een onuitwisbare indruk achtergelaten. 

 

Omhoog

 

Deze site maakt gebruik van cookies. Wilt u meer weten? Bekijk ons cookiebeleid

Op deze pagina vind je meer informatie over wat cookies precies zijn, welke cookies op deze site worden gebruikt en hoe je invloed op cookies kunt uitoefenen.

Wat zijn cookies?

Een cookie is een stukje tekst dat door een webserver aan een bezoekende browser wordt gegeven, in de hoop en verwachting dat de browser dat bij een vervolgbezoek teruggeeft.

De cookie is een aanvulling op de HTTP-specificatie. Het HyperText Transfer Protocol wordt door iedereen gebruikt die een website bezoekt: het regelt de communicatie tussen een webserver en een browser. Het is echter niet ontworpen om opeenvolgende paginabezoeken als één geheelte zien. Daardoor is het niet zonder meer mogelijk om gegevens of instellingen bij een vervolgbezoek weer terug te halen.

Om dat toch mogelijk te maken zijn in 1997 de cookie en de set-cookie-headers voor HTTP geïntroduceerd. Deze specificatie is voor het laatst in April 2011 bijgewerkt en gaat momenteel door het leven als RFC 6265 HTTP State Management Mechanism.

Hoe werken cookies?

In tegenstelling tot wat politici nog wel eens beweren, zijn cookies zelf geen programmaatjes en ook geen bestanden, en wordt er technisch gezien niets door de webserver op de computer van de bezoeker opgeslagen. Dat laatste kan de browser volledig zelf beslissen. Uiteindelijk worden cookies vaak wel opgeslagen als een bestand, maar een webserver kan een browser niet dwingen om cookies daadwerkelijk op te slaan of bij een later bezoek terug te geven.

Een cookie is altijd aan een specifiek domein of subdomein gebonden. Voorbeelden van een domein en een subdomein zijn respectievelijk nederlandscarmelitaansinstituut.nl en gathering.nederlandscarmelitaansinstituut.nl.

Cookies worden dus alleen naar hetzelfde domein teruggestuurd, als waar ze vandaan komen. Je weet daardoor zeker dat alleen de servers van nederlandscarmelitaansinstituut.nl de cookies ontvangen die eerder via nederlandscarmelitaansinstituut.nl werden verkregen.

Een belangrijk punt van cookies is dat ze bij elk http-request kunnen worden ontvangen en dat alle bekende, relevante cookies bij elk request worden meegestuurd. Dat geldt dus ook voor de requests waarmee afbeeldingen, javascript- en css-bestanden voor een webpagina worden opgevraagd. Uiteraard wordt ook dan de domeincontrole toegepast.

First-party cookies

Cookies die je voor hetzelfde domein krijgt als dat je bezoekt, worden first-party cookies genoemd. Bij het bekijken van deze pagina zijn de cookies van nederlandscarmelitaansinstituut.nl dus first-party cookies.

Third-party cookies

Het is ook mogelijk dat een website elementen van derde partijen bevat. Bekende voorbeelden zijn embedded video's, advertenties en social-mediaknoppen. Als met deze elementen vanaf hun eigen servers cookies worden meegestuurd, worden dat third-party cookies genoemd. Het is daardoor mogelijk dat je bij een bezoek aan nederlandscarmelitaansinstituut.nl third-party cookies voor Facebook.com, Youtube.com en andere websites van derden krijgt.

Door de werking van HTTP en de beveiliging rond cookies is het voor de betreffende first party - in ons voorbeeld dus nederlandscarmelitaansinstituut.nl - niet mogelijk om op het meesturen van third-party cookies invloed uit te oefenen.

Wat voor andere opslag is er voor websites?

Naast cookies zijn er sinds 1997 nog meer mogelijkheden van opslag bij de browser ontstaan. Aangezien nederlandscarmelitaansinstituut.nl hier nauwelijks gebruik van maakt, worden ze alleen even kort aangestipt.

Flash-applicaties hebben een eigen vorm van cookies, vergelijkbaar met die voor HTTP. Behalve voor gebruikersvoorkeuren in de video-player doet nederlandscarmelitaansinstituut.nl verder niets met dit soort cookies.

Html5 local storage is een recente ontwikkeling. Webapplicaties kunnen hier gebruik van maken om - in vergelijking met cookies - vrij grote hoeveelheden data op te slaan. Vanwege de beperkte ondersteuning in browsers maakt nederlandscarmelitaansinstituut.nl hier maar zeer beperkt gebruik van.

Waar worden cookies op nederlandscarmelitaansinstituut.nl voor gebruikt?

Met cookies is het mogelijk om bij vervolgbezoeken informatie uit eerdere bezoeken terug te halen. Dit wordt in de praktijk onder meer gebruikt om bij te houden dat je bent ingelogd, dat je bepaalde instellingen hebt gemaakt en dat je bepaalde site-elementen eerder hebt gezien. Cookies die het functioneren van de site aan jouw wensen aanpassen, heten functionele cookies.

Daarnaast kunnen cookies ook gebruikt worden de site te laten weten dat een bezoeker eerder is langsgeweest. Met dergelijke informatie kunnen statistieken over het gebruik van de website worden verzameld. Een bekend voorbeeld is Google Analytics. Hierbij wordt alleen met geanonimiseerde statistische informatie gewerkt die door ons wordt gebruikt om de werking van de site te analyseren en verbeteren.

Informatie over je bezoekgedrag kan ook gebruikt worden om advertenties op je interesses af te stemmen. nederlandscarmelitaansinstituut.nl gebruikt daarvoor alleen geanonimiseerde informatie over pagina's die je eerder op nederlandscarmelitaansinstituut.nl hebt bezocht.

De bezoekersprofielen die met behulp van cookies worden opgesteld, zullen nooit met derden worden gedeeld en worden alleen gebruikt om de kwaliteit en de relevantie van nederlandscarmelitaansinstituut.nl te verbeteren.

Welke cookies plaatst nederlandscarmelitaansinstituut.nl?

Hieronder vind je een overzicht van de first-party cookies die nederlandscarmelitaansinstituut.nl plaatst of laat plaatsen.

Niet-functionele cookies
CookienaamDoel
__utma, __utmb, __utmc en andere __utm-cookies

Cookies die Google Analytics gebruikt voor het bijhouden van bezoekersstatistieken.

wt3_eid, wt3_sid

Cookies die Webtrekk gebruikt voor het bijhouden van bezoekersstatistieken.

Welke cookies kunnen anderen plaatsen bij een bezoek aan nederlandscarmelitaansinstituut.nl?

nederlandscarmelitaansinstituut.nl is een grote community. Gebruikers kunnen onder meer reacties onder artikelen en op het forum plaatsen, productbeoordelingen schrijven, aan- en verkoopadvertenties plaatsen en blogs openen.

Bij ieder van die activiteiten kunnen gebruikers desgewenst afbeeldingen en video's van derden opnemen. Voor ieder van die afbeeldingen en video's kunnen 3rd-party cookies geplaatst worden, buiten het medeweten en de medewerking van nederlandscarmelitaansinstituut.nl om. Daarnaast plaatst ook nederlandscarmelitaansinstituut.nl regelmatig content van derden.

Omdat er erg veel partijen in deze wereld samenwerken, is het niet mogelijk om een volledige lijst van mogelijke domeinen te geven, maar hieronder sommen we op van welke aanbieders je eventueel een cookie zou kunnen ontvangen.

Aanbieder / UrlDoel
Facebook, Google +1, LinkedIn, TwitterSocial Media buttons op diverse plaatsen op nederlandscarmelitaansinstituut.nl. Met cookies wordt bijvoorbeeld bijgehouden of je al op de Facebook-knop 'Like' hebt gedrukt.
Youtube.com en diverse andere videohosters.Bij video's die door gebruikers en medewerkers van nederlandscarmelitaansinstituut.nl zijn geplaatst, worden vaak cookies geplaatst. De bekendste videohoster is Youtube, maar er zijn er veel meer.
Diverse afbeeldingenhostersBij door gebruikers geplaatste afbeeldingen kunnen cookies worden geplaatst. Bekende afbeeldingenhosters zijn Flickr, Facebook en ImageShack.

Welke overige opslag gebruikt nederlandscarmelitaansinstituut.nl?

De video-player van nederlandscarmelitaansinstituut.nl gebruikt flash-cookies voor het bewaren van instellingen, zoals de voorkeuze voor HD-video en het ingestelde volume.

Bevatten de cookies van nederlandscarmelitaansinstituut.nl informatie over wie ik ben?

Nee. Je naam, leeftijd, geslacht en andere persoonlijke gegevens, voor zover je die op nederlandscarmelitaansinstituut.nl hebt ingevuld, worden nooit in een cookie opgeslagen.

Waarom vraagt nederlandscarmelitaansinstituut.nl geen toestemming voor het plaatsen van cookies?

Op dit moment vraagt nederlandscarmelitaansinstituut.nl je nog niet om een opt-in voor niet-functionele cookies, ook al moet dat volgens de wet wel. Hier zijn we ons van bewust. De impact van een dergelijke toestemming voor zowel gebruikers als onze adverteerders is echter niet gering, bovendien is nog veel niet duidelijk - bijvoorbeeld hoe om te gaan met cookies die via embedded content worden geplaatst, en hoe niet-Nederlandse partijen aan de wet gehouden worden. nederlandscarmelitaansinstituut.nl volgt hierin de marktontwikkelingen nauwgezet en zal verdere maatregelen treffen zodra dit door ons nodig en passend wordt geacht.

Hoe kan ik cookies weigeren?

In je browser kan je instellen welke cookies moeten worden geaccepteerd. Je kunt alle of alleen bepaalde cookies weigeren. Raadpleeg hiervoor zo nodig de helpfunctie van je browser.

Wel kun je, indien je bepaalde cookies weigert en/of verwijdert, mogelijk niet alle functionaliteit van nederlandscarmelitaansinstituut.nl gebruiken. 

Het gedrag van cookies van advertentienetwerken kan op youronlinechoices.com worden ingesteld.